Commentaartje
De putlucht uit de column van Hugo Borst
Hugo Borst bedient zich in zijn column van 14 september in (onder meer) het Eindhovens Dagblad van een goedkoop trucje. Hij schrijft dat de reacties op zijn uitspraken over PSV-speler Ruben van Bommel hem niet interesseren. Hij volgt het allemaal niet, maar hij weet – ‘dankzij mensen in zijn omgeving’ – wel wat over hem geschreven wordt. Dat hij er een column lang over doorzeurt moet vooral niet worden opgevat als klagen.
De anonieme reacties komen van ‘losers’, ‘van slappe mensen met onbeduidende levens’, schrijft Borst. Als het hem echt niet zou interesseren, zou hij er over zwijgen. Maar dat kan hij niet, want hij herkent er een koekje van eigen deeg in. Het getuigt niet van beschaving om hem kanker toe te wensen en zijn dementerende (overleden) moeder erbij te halen, maar wat is het verschil met de eruptie van Borst die Van Bommel naar de psychiater verwijst en spreekt van een aardje naar zijn vaartje?
In zijn eerste reactie op televisie (5 september) meende Borst een patroon te herkennen in de onbesuisde actie van Van Bommel. Desgevraagd was hij niet in staat om dat te onderbouwen. In plaats van zijn ongelijk toe te geven, deed hij in zijn column (7 september) een poging om zijn gelijk te halen. Over het patroon dat hij meende te zien – een hersenspinsel - , repte hij niet meer. In plaats daarvan schreef hij over een ‘spreekwoordelijke moordaanslag’. Nog zo’n goedkoop trucje. Hij kan immers zeggen dat hij geen echte moordaanslag bedoelde, maar een ‘spreekwoordelijke’. Het is net zo doorzichtig en misplaatst als zijn gejeremieer over de reacties die hij krijgt.
Een columnist moet de vrijheid hebben om te schrijven wat hij wil, maar niet elke column is een sieraad voor de krant. De putlucht uit de column van Borst wijkt weinig af van de rioollucht van de sociale media.