Een halve eeuw in de journalistiek

Als journalist van het Eindhovens Dagblad heb ik veel geschreven over het bedrijfsleven in Zuidoost-Brabant. Mijn belangstelling ging en gaat vooral uit naar Philips en de hightech industrie die daaruit is voortgekomen. Er is nog een bedrijf waar ik een zwak voor heb: Vlisco in Helmond.

Vlisco staat bekend om zijn prachtige kleurige batiks die zeer gewild zijn in West-Afrika. De productie daarvan begint met het aanbrengen van een waslaag op katoenen doek. In die waslaag wordt een patroon aangebracht. Daarna wordt het doek in een indigo-bad gedompeld. Waar de waslaag is weggehaald of – bewust of onbewust - is gebroken komt de verf op het doek. Na het verwijderen van de was wordt het patroon verder ingekleurd. Dat gebeurde vroeger met de hand met grote stempels. Door die manier van produceren was elke meter stof uniek. Dat 'blokken' werd te duur. Vlisco ontwikkelde daarom geraffineerde machines om het handwerk na te bootsen. Door het stof op de drukmachine telkens een fractie naar links of rechts te bewegen was elke meter stof nog steeds uniek. Dat proces werd bekend als de perfecte imperfectie van Vlisco.

Die tegenstrijdigheid van perfecte imperfectie heeft mij altijd gefascineerd. Ik heb die voor mezelf ook geprojecteerd op de krant. Elke dag een krant, herkenbaar maar ook elke dag anders. De ene dag wat beter, wat spannender, wat verrassender dan de andere. Maar zonder dieptepunten geen hoogtepunten. Zonder dalen geen bergen. Een spannende krant maak je niet door altijd op zeker te spelen. Je moet ook risico’s durven nemen. 

Start als economieredacteur

Ondanks mijn gebrekkige economische kennis kreeg ik begin jaren tachtig de vraag of ik het aandurfde om de persconferentie van De Nederlandsche Bank te 'doen'. Het was de tijd van ‘slow journalism’. Op vrijdagmiddag kreeg je onder embargo het jaarverslag om je in het weekend voor te bereiden op de persconferentie die op maandagochtend werd gehouden. Dat jaarverslag telde meer dan 150 pagina’s en ik dacht dat ik me daar helemaal doorheen moest worstelen. Ik heb er het beste van gemaakt. Het werd opening krant en een lang verhaal binnenin. Het was mijn start als economieredacteur.

Elke keer als ik er aan terugdacht raakte ik er meer van overtuigd dat het broddelwerk moest zijn geweest. Jaren later kreeg ik het verzoek om voor een opleiding voor jonge ondernemers een spreekbeurt te houden over mijn werk als economieredacteur. Ik besloot het verhaal te vertellen aan de hand van belangrijke artikelen die ik had geschreven. Keuze genoeg: de reorganisaties bij Philips, het faillissement van DAF, de opkomst van ASML, de oplichtersbende van Vie d’Or. Ik besloot bij het begin te beginnen. In het krantenarchief ging ik op zoek naar het verhaal over De Nederlandsche Bank. Tot mijn verrassing viel het mee.

Wanbeleid van falende managers 

Nog even terug naar het begin van mijn loopbaan. Ik had stage gelopen bij de Amersfoortse Courant en dat beviel me veel beter dan de School voor de Journalistiek, waar de democratie op een hoogtepunt was en het onderwijs op een dieptepunt. Toen ik het verzoek kreeg om bij de krant te blijven hoefde ik niet lang na te denken. Dat was halverwege de jaren zeventig.

In 1978 maakte ik de overstap naar het Eindhovens/Helmonds Dagblad. Ik kwam terecht bij een goed renderende krant in een journalistiek buitengewoon interessante omgeving. Het Eindhovens Dagblad was toen nog onderdeel van het zeer winstgevende uitgeversconcern VNU. Op zoek naar nog meer winst verkocht VNU zijn dagbladengroep aan het kwakkelende Wegener. In 2008 kwam Wegener in handen van het Britse Mecom, dat veel geld dacht te kunnen verdienen door de vorming van een Europese krantengroep. De Nederlandse tak van Mecom kreeg een Noorse directeur die onze kranten niet eens kon lezen. Als gevolg van wanbeleid en mismanagement zakten wij als krant kwalitatief door een ondergrens. De redding kwam van de Belgische Persgroep – inmiddels DPG en eigenaar van meer dan de helft van de Nederlandse dagbladen. Geen zachte heelmeesters die Belgen, maar wel met een plan en met visie.

Het meeste plezier heb ik in mijn werk beleefd als chef van de economieredactie en als hoofd opinie en commentator. Kansen om bij een reorganisatie met een ‘goudgerande’ regeling met vervroegd pensioen te gaan heb ik laten schieten. Mijn werk en de krant waren me te dierbaar. Ik ben er trots op dat ik tot 16 januari 2021 – de dag waarop ik met 66 jaar en vier maanden mijn AOW-leeftijd bereikte – voor het Eindhovens Dagblad heb gewerkt. Met pensioen gaan betekende echter niet het einde van mijn werkzame leven.

Veertig jaar bij het ED.

Veertig jaar bij het ED. 

Optreden bij BNR.