Dienstensector Brainport in dienst van industrie

Het is goed dat Thom Aussems - oud-directeur van corporatie Sint-Trudo en publicist - in het Eindhovens Dagblad aandacht vraagt voor de ongelijke verdeling van de welvaart in de Brainport-regio. Te lang is gedacht dat iedereen als vanzelf mee zou profiteren van de groei van de hightech industrie. Maar Aussems concludeert te gemakkelijk dat niet de hightech-sector maar de dienstensector de dominante kracht is achter de economische groei in Zuidoost-Brabant. Juist de dienstverlening aan bedrijven als ASML en toeleveranciers als VDL Groep is in de Brainport-regio relatief sterk vertegenwoordigd. De hightech industrie is de motor die de banengroei - ook in de dienstensector - aanjaagt. 

Bij een oppervlakkige beschouwing van de cijfers lijkt Aussems het gelijk aan zijn zijde te hebben. Wie wat dieper spit komt tot een andere conclusie: zonder de regionale industrie zou een groot deel van de regionale dienstensector er nooit zijn geweest.

Even terug in de geschiedenis. De regionale industrie ging in de eerste helft van de jaren negentig door een diep dal. Philips moest diep snijden in het personeelsbestand om te overleven. DAF ging zelfs failliet. NedCar sloot zijn hoofdkantoor in Helmond. Overal werd de pijn gevoeld: van de toeleveranciers tot in de restaurants.

In 1995 begon de wederopstanding. Bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen vonden elkaar in de triple helix, de voorloper van de Brainport. De alom bewonderde en geprezen samenwerking onder aanvoering van burgemeester Rein Welschen zorgde voor een nieuw elan. Dat heeft zeker geholpen om de regio er economisch weer bovenop te krijgen. Maar wat zou ervan terecht zijn gekomen als DAF niet zo’n succesvolle herstart had gemaakt, als de VDL Groep niet was uitgegroeid tot een groot industrieel conglomeraat en – bovenal – als er uit Philips geen ASML was voortgekomen?

Aussems strooit kwistig met cijfers die moeten aantonen dat de regionale dienstensector harder groeit dan de industrie en voor verreweg de meeste banen zorgt. Hij concludeert daaruit - met quasi wetenschappelijke verwijzingen - dat niet de industrie maar de dienstensector de ‘echte’ aanjager van de economische groei in Zuidoost-Brabant is. Daar valt – mede op basis van cijfers van het CBS en het UWV (zie de afbeelding onder dit verhaal) - het nodige op af te dingen.

Dienstverlening is in Brainport juist ondervertegenwoordigd

Om te beginnen, de groei van de dienstensector is geen typisch regionale ontwikkeling. In 1950 was van alle werkenden in Nederland de helft actief in de dienstverlening, tegenwoordig is dat ruim driekwart. In Zuidoost-Brabant is dat minder dan driekwart, wat juist wijst op een ondervertegenwoordiging.

Nu is ‘dienstverlening’ een veelomvattend begrip. Om te beginnen moet een onderscheid worden gemaakt tussen commerciële dienstverlening (zoals handel, transport, horeca, communicatie en financiën) en niet-commerciële dienstverlening (zoals overheid, onderwijs, zorg en cultuur).

Wie inzoomt ziet bijvoorbeeld dat in heel Nederland de sector zorg en welzijn goed is voor zeventien procent van alle banen. In Zuidoost-Brabant is zorg en welzijn met dertien procent ondervertegenwoordigd. Dat daarentegen de sectoren specialistische zakelijke dienstverlening (accountancy, organisatieadvies, onderzoek en ontwikkeling en reclame en marketing) en ICT zwaar zijn oververtegenwoordigd, heeft – zo goed als zeker - alles te maken met de bloei van de regionale hightech industrie.

Er zijn nog enkele verklaringen voor de opmerkelijke groei die de dienstensector – met name in Zuidoost-Brabant - vanaf 1995 heeft doorgemaakt. Industriële bedrijven – Philips voorop - concentreerden zich in toenemende mate op hun kernactiviteiten. Alles wat daar niet onder viel, zoals schoonmaak, catering, beveiliging, transport en logistiek en andere ‘bijzaken’, werd afgestoten en uitbesteed. In de statistieken verschoven daarmee duizenden banen van de industrie naar de dienstensector. Intussen bleven de betrokken chauffeurs, kantinemedewerkers, schoonmakers, beveiligers, accountants, juristen, onderzoekers en ict’ers werken voor de industrie.

Ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt vertroebelde het beeld doordat de uitzendbranche, die in Zuidoost-Brabant zwaar is oververtegenwoordigd, tot de dienstensector wordt gerekend.

“Uiteraard hangt een deel van die groei (van de regionale dienstensector, C.P.) indirect samen met de hightech industrie”, schreef Aussems in het ED. Dat is dus een understatement. Het verhaal achter de kale cijfers wijst erop dat de aard en de groei van de dienstensector in Zuidoost-Brabant nauw verwant zijn met de ontwikkeling van de hightech industrie – die nergens in Nederland zo dominant en zo succesvol is als in de Brainport-regio. 

Dat laat onverlet dat er te lang veel te weinig aandacht is geweest voor degenen aan wie het succes van de Brainport-regio voorbij gaat. Daar heeft vooral de regionale overheid steken laten vallen. Dat in dat opzicht de laatste jaren sprake is van een kentering, valt alleen maar toe te juichen.

Benieuwd naar het verhaal van Thom Aussems in het ED? Klik hier.